Je gaat té snel

Flubber… weer hoor ik de woorden “je gaat te snel.” Dit keer tijdens het roeien.

Grappig hé, vroeger had ik -dankzij mijn ouders- de bijnaam Stoffel. Je weet wel die hele trage schildpad uit de Fabeltjeskrant. De bijnaam had ik niet omdat ik, net als Stoffel, vaak bij de huisarts zat, maar omdat ik volgens mijn ouders traag was.

Tja, en nu, op 41 jarige leeftijd, hoor ik héél vaak “je gaat te snel!”. Die opmerking doet iets met me. Het roept niet alleen vragen op, maar maakt me ook een beetje weerbarstig. Of word ik er een beetje ibbelig van? Ik weet het echt niet!

Ikzelf heb namelijk niet het idee dat ik té snel ga, sterker nog ik heb vaak het idee dat ik te langzaam ga. Mijn ouders noemden me toch niet voor niets Stoffel. Maar ja, als ik nu ook al tijdens het roeien die 4 woorden hoor, dan zal er toch echt wel een kern van waarheid in zitten.

Hoe erg is het nu eigenlijk dat ik -vooral in de ogen van de ander- te snel ga?

Helaas is het erg. Ja, echt… :(. Als ik razend enthousiast iets bedenk of doe, dan vergeet ik nog weleens af te stemmen op mijn omgeving….

Het idee zit vaak al een hele tijd in mijn hoofd, waardoor ik al gewend ben aan het idee. Maar ja, de ander nog niet. Die weet vaak niets van mijn ideeën en als ik ze dan met mijn omgeving deel, ga ik vrijwel direct over tot actie. En tja…dat gaat dan toch echt wel te snel voor de ander. Ook de ander heeft even tijd nodig om het te laten landen. 😊

Dus mijn tip aan mezelf en misschien zelfs aan jou als lezer: doseer het delen van ideeën dan wel acties. Waarom? Dat zorgt ervoor dat jij en ik nog beter met elkaar in verbinding komen. En verbinden versterkt!